Ik ken er, en die hebben geen hart.
Ze hebben in hun borstkas een lege plaats tussen beide longen in, ongeveer zo groot als een gebalde vuist. Die leegte wordt door hen beschouwd als een noodzakelijk iets omdat het hun kracht geeft. Blablabla. Kracht? Whatever. Het zij zo. Hun eigen woorden. Hun eigen gat. Niet te vullen. Zelf te ondervinden.
Van tijd tot tijd zit ik hier op mijn balkonneke te genieten van vanalles en nog wat en dan gebeurt het wel eens dat mijn oog valt op een auto die halt houdt om nadien een poging achterwaarts parkeren te doen. Er is plaats zat om een heel circus in neer te zetten, maar toch lukt het niet.
Van hierboven gezien lijkt allemaal zo simpel (ja nu afzetten, naar den andere kant, nee, den andere kant!). En toch is het allemaal niet zo moeilijk als ge een paar dingeskes in uw gedachten houdt. En liever dan uit eigen ervaring te spreken omdat die nie te vetrouwen valt (ik parkeer beter links achteruit dan rechts achteruit) verwijs ik u naar http://www.fearlessdriver.com/stresslessparallelparking.html. Omdat u daar leert hoe te parkeren.
Ik kwam de supermarkt Anthonissen buiten en ik hoorde een de mannelijk helft van een bejaard koppel tegen een andere bejaarde man zeggen: ‘…en de Jef, dièn is oek al doèt, wistte daddal?’ Alsof de Jef al iets bereikt had waar zij nog naar aan het streven waren.
Wie weet.
Allez, in dees land gebeurd dus echt vanalles waar ik niks vanaf weet. Ik blijf een snotneus.
Heeft er iemand een idee van wanneer de flikken en de pompiers in Brussel in ambras lagen?