Toen ik een week geleden een N93, Nokia’s vlaggenschip op het gebied van smartphones, in mijn handen gestop kreeg kreeg met de bedoeling om er mee te spelen en mijn gedachten erover op Polskaya te smijten, was mijn eerste reactie: wauw, wat een gsm (geweldig sexy machine).
Dit ding een telefoon willen noemen is het beledigen: de Nokia N93 is eerder een camcorder, mp3-speler, videospeler, organiser, radiotoestel, webbrowser, emailclient, multimediacentrum en een draadloos wondertje waar je ook nog eens mee kan telefoneren. Het is een wondertje der technologie, en het is een zeurpiet die erover klaagt dat dit fijn toestel veel te groot is. Ik moet toegeven dat een gsm is die geen al te bescheiden afmetingen heeft, maar wat verwacht je dan ook van iets waarmee je bijna alles kan behalve je scheren en brood mee snijden? Nee, dit toestel ligt goed in de hand en ja hij is misschien wat groot, maar liever dat dan een mini-toestel dat je kwijtgeraakt omdat je het per ongeluk hebt ingeslikt.
Maar goed, lees hier verder aub.
Na het lezen van iets van Maarten ‘t Hart ben ik op zoek gegaan naar mp3′tjes van Brahms en wel te weten ‘Feldeinsamkeit‘ en ‘Waldeinsamkeit‘. (welk boek las ik? ‘nfin soit)
Ik heb twee versies van ‘Feldeinsamkeit’ gevonden, zijnde eentje gezongen door Leo Slezak en eentje door Alexander Kipnis. Beide zijn heel stil opgenomen (alle volume aan dek!) maar wie ze wil kan ze mailsgewijs opgestuurd krijgen.
‘Waldeinsamkeit’ heb ik nog niet kunnen vinden en tot nu toe ziet het er niet naar uit dat dat gaat lukken.
DAARMEE OPROEP! (oproep…oproep…)
Aan wie er in zijn gigabytes aan mp3′s bovengenoemde en dus te weten de stukken ‘Feldeinsamkeit’ en/of ‘Waldeinsamkeit’, beide ineengewrocht door de heer Brahms, tot zijner/harer beschikking heeft, zou ik nederig ende braaf ende vooral heel ‘eisamkeitig’ willen vragen of ik daar een kopieke mag van hebben..
“Ich ruhe still im hohen grünen Gras”
“Ich sass zu deinen Füssen”
Toen het in mijnen tijd als snotneus winter was en alles met dertig centimeter sneeuw bedekt lag, repten de buurtkinderen en ik zich met onze sleetjes naar de meest dodelijke helling die we maar vinden konden om daar de meest waanzinnige snelheden te halen en de meest sensationele valpartijen mee te maken.
Ondertussen is vroeger nu geworden en van geen van de buurtkinderen waarmee ik vroeger sleetje reed zou ik weten wat er geworden is. Huisje-tuintje-scheiding neem ik aan. Doch soit. Niemand sleede zoals wij vroeger. Behalve linerider misschien…
Linerider is geen spel maar meer een simulator, en daarbij verslavender dan menige ander ‘flashdingeske’. Met een soort van potlood trekt ge een lijn (liefst neerwaarts anders heeft het geen avance) op een canvas waarmee ge uwen heuvel tekent en als ge klaar zijt dan klikt ge op ‘play’ en dan komt er een ventje met een slee en een rood-wit sjaaltje dat heel heldhaftig uw getekende lijn gaat afglijden. Hoe brutaler die lijn hoe levensgevaarlijker het voor dat onversagend sukkeltje op die slee is.
Hieronder een ‘downhill’ ontworpen door aha, ikke, die voor mijn testventje niet al te goed afloopt naar ik vrees, want al gaat het heel goed tot ergens op het eind, hij gaat dan overkop en blijft voor dood liggen…
Opgepast: verslavend! Echt waar! Linerider: wees eens een afdaling…
Nog steeds bang voor het moslim-extremisme? Vrees niet langer want in Noord-Dakota is Pastor Beccy met een inhaalmanoeuvre bezig. In een zogenaam ‘Jesus Camp’ stoomt ze blanke christenekindertjes klaar om ‘warriors in Gods army’ te worden. En dan heb ik het niet over gebeden prevelen maar over het echte stuff:
Bekijk onderstaand filmpje om vast te stellen dat extremisme niet alleen bij de moslims leeft, en hou alvast een glaasje water bij de hand want u gaat vieze smaak in de mond krijgen:
A growing number of Evangelical Christians believe there is a revival underway in America that requires Christian youth to assume leadership roles in advocating the causes of their religious movement.
JESUS CAMP, directed by Heidi Ewing and Rachel Grady (The Boys of Baraka), follows Levi, Rachael, and Tory to Pastor Becky Fischer’s “Kids on Fire” summer camp in Devil’s Lake, North Dakota, where kids as young as 6 years-old are taught to become dedicated Christian soldiers in “God’s army.” The film follows these children at camp as they hone their “prophetic gifts” and are schooled in how to “take back America for Christ.” The film is a first-ever look into an intense training ground that recruits born-again Christian children to become an active part of America’s political future.