Zware zaterdagnacht, twee weken geleden.

Hielden ondergetekende gezelschap:
Punkey – Luba – Dederdebelg
| hier voor foto’s |
reacties (7)

| hier voor foto’s |
Toen ik vanochtend een lodderig oog opendeed en het op de digitale wekradio liet rusten, was er iets vreemds met de cijfercombinatie op die klok. Ik kon er met mijn slaapkop niet direct de hand opleggen, tot ik op de achtergrond muziek gewaar werd. Shit! Mijn wekradio stond al zeker een half uur te spelen! De cijfercombinatie van de wekradio kon ik niet thuisbrengen omdat ik op die tijd normaal al lang en breed op de fiets richting job zit. En het trof me. Ik was te laat.
Mijn bed uit, van ver water in mijn smoel gesprinkeld, mijn kleren in gedoken en mezelf al kauwend en slikkend op de fiets gesmeten. Kreunend mezelve in beweging gebracht en er de imaginaire zweep over gelegd, want mijn baas houdt niet van laatkomers.
En zo worden records gebroken. Nog nooit was ik in zulk een korte tijd op het werk: in iets minder dan veertig minuten heb ik de afstand afgelegd waar ik toch anders op het gemakske een klein uurtje voor nodig heb. Met mijn tong op mijn tenen en met een rood gezicht, mijn haren naar alle kanten, schuim op mijn lippen en een waanzinnige glazige blik in de ogen stapte ik om tien over negen het bureau binnen, vervaarlijk zwalpend. Nog steeds te laat, maar wat zou het. Een nieuwe Flandrien is geboren
Video: Enemy at the Gate.
Stalingrad was in het midden van de tweede wereldoorlog het toneel van een verschrikkelijke strijd. De nazi’s moesten en zouden Stalingrad in handen krijgen omdat het hen de macht over de Wolga, en daardoor de Sovjet militaire aanvoer, het zou hen toegang geven tot de Sovjet-olievelden, en het zou een morele steun zijn voor het volk van Deutschland om te weten dat de stad die de naam droeg van de grote communistische ‘boeman’ gevallen was onder Duitse Ubermänlichkeit.
Het was dus even cruciaal voor de Sovjets om Stalingrad in handen te houden dan voor de Duitsers om het in handen te krijgen. Het was er aan te zien langs Sovjet-kant. Onervaren soldaten werden het slagveld opgestuurd, met twee per geweer. Diegene zonder het wapen volgde zijn kompaan met het wapen, om het direct over te nemen als laatsgenoemde zou vallen. Terugtrekken werd niet gedoogd. Eigen soldaten die vluchtten of zich verstopten, werden door Soviet-mitrailleurvuur terplekke neergemaaid.
Van de stad zelf restte niets dan ruïnes waarin ziekte en ratten en de winterkou hun rol speelden. Meer dan anderhalf miljoen mensen zijn daar gestorven. De slag om Stalingrad was één van de meest bloedige en wrede van de Tweede Wereldoorlog.
In dit decor speelt het waargebeurde verhaal van Vassili Zaitsev, een schaapsherder uit de Oeral die op wolven heeft leren schieten van zijn grootvader. Aan het front laat hij zich opmerken door zijn scherpschutterstalent, en wordt algauw de held van de Sovjets en de schrik van de Duitsers.
Vassili is op zijn eentje in staat om zoveel hooggeplaatste nazi-officieren uit te schakelen, dat de Duitsers Herr König inschakelen, directeur van de Duitse Scherpschuttersschool, een ouwe rot en ongeëvenaard in zijn vak. In het midden van de smerige stadsoorlog, de dood en de ruïnes, houden de twee besten in hun vak er een duel totderdood op na.
Enemy At The Gates is gebaseerd op dit waargebeurde verhaal. De decors zijn schitterend. Verwoest Stalingrad komt heel realistisch over, net als de beginbeelden van de film die de waanzin van de oorlog aantonen door het lijden en sterven van jonge mensen, die veel liever met hun lief in de zonsondergang van hun geboortestad zouden lopen kuieren dan ver van huis dood te gaan, al zigzaggend achter die kerel die het geweer heeft de vijandelijkelinies aan het einde van de straat bestormend. Er word rijkelijk met bloednevels en ontploffende borstkassen gewerkt, net als met slomo’s van het onontkomelijke lot van het kanonnenvlees, ondersteund door één of ander Slavisch koor. ik moet zeggen, het werkte wel. Met open mond zag ik die waanzin aan.
Daarna gaat de film meer over in de persoonlijke perikelen van de jonge scherpschuttersheld die het moet opnemen tegen een ouwe sluwe vos en die de stress moeilijk aankan, en dan ook nog eens verliefd wordt op hetzelfde meisje als zijn kameraad, hetgeen zijn sluipschutterscoolness niet ten goede komt.
Het wordt nooit kitscherig. De acteurs zijn uitstekend, alleen doet het raar om Duitsers en Sovjets allebei onberispelijk engels te horen spreken. Maar ja, was zo’n fake Bondfilm-achtig Russisch accentje dan zoveel beter geweest? Er wordt – uiteraard – in gekust, en er worden dierbaren in een wolk van rood door hun kop geschoten terwijl de toeschouwer volgt door het vizier.
Goeie film. Net goed genoeg om tussen het verhaaltje door weer maar eens te walgen van oorlog, en vol ongebgrip de mensheid aan te staren. Waarom volgen wij de leiders die ons dit allemaal aandoen? Keer op keer weer opnieuw? Wat brengt jonge mannen ertoe om vrouw en kind te verlaten om te gaan sterven in een modderpoel ver van huis? Wat beweegt mensen om sommige leiders in hun waanbeelden te volgen en zich te laten gebruiken om andermans ongemerkt opgedrongen smerige idealen te gaan verdedigen? Wat drijft ons om steeds ingewikkelder en dodelijker wapens te maken, steeds smeriger oorlog te gaan voeren en steeds meer burgers om te brengen?
(tip: aangezien in huidige conflicten rond de negentig procent van de slachtoffers onder burgers en vluchtelingen te tellen valt, is het raadzamer qua overlevingskans om in het leger te gaan…)
Conclusie: lang geleden dat ik nog een film had gezien waar ik twee dagen nadien nog mee bezig was.
hier de trailer
…en de power in mijn kabelverbinding. Lekker scheuren! Kan ik strax eindelijk de webcam verversen en foto’s van Punkeys bezoek online pleuren.
…was het weer van dat vanavond… ik ben zo laat toegekomen dat de meeste residenten van dat café al behoorlijk bezopen waren. Doch geen getreuzel en geen geblaat, Polski heeft zijn schade meer dan dik ingehaald
Het zijn trage dagen. Door mijn degradatie naar lowband is het hier ten huize Polski zeer frustrerend surfen. Ik heb net genoeg ‘juice’ om mijn email te checken en simpele webpaginaatjes te openenen. En dan ook niet meer dan drie tegelijk, anders slibt de boel hier helemaal dicht en geven de lichtjes van de modem geen teken van interesse meer. Wanneer Telenet lowband zegt, bedoelen ze eigenlijk noband.
Ik heb nog 45 meg weg te werken vooraleer de kraan weer opengaat, en dat zou tegen morgenavond allemaal achter de kiezen moeten zijn. En zelfs dan moet ik me inhouden, want ik begin weer te breedbanden aan 2% onder het maximum toegelaten dataverkeer.
Telenet werkt met een venster van 30 dagen. De megabytes die je dertig dagen geleden hebt verbruikt aan up-en downstream gaan van je totaal aantal verbruikte dataverkeer af, en de mega’s die je vandaag hebt verbruikt komen erbij. Zo heb je per dertig dagen 10 giga om mee te spelen, waarvan 1.5 gig aan upload mag worden verspild. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om zelf een oogje te houden op zijn ‘score’. Daarvoor heeft Telenet de telemeter uitgevonden.
Dan kunnen misbruikers als ik er naar zitten loeren tot het metertje weer onder 98% staat vooraleer in hun bolides de internet-highway op te scheuren, jagend naar schatten aan nutteloze informatie en illegale downloads
Maar deze keer hou ik wel mijn metertje in het oog en vergeet ik Audiogalaxy niet af te sluiten als ik op de lappen ga.
Naaste dame is Mylène Farmer. Frans-Canadese, zangeres, famme fatale en schoon madamme.
Haar videoclips zijn pareltjes van regie en choreografie, vaak provocerend en meer kortfilm dan videoclip. Haar live-optredens zijn ravissant, geil, gekostumeerd en betoverend. Haar songteksten zijn brutaal, kwetsbaar, emotioneel.
Ik heb de muziek van Mylène nu zo’n jaar of dertien geleden leren kennen, toen ik in Gent op kot zat en daar mijn eerste serieuze liefde tegen het lijf liep. De nacht dat Katrien en ik allebei heel schuchter en allebei voor het eerst met elkaar naar bed gingen, was dat onder begeleiding van Mylène Farmer. Een cassetje van zestig minuten lang dat op auto-reverse stond en heel die zalige nacht over-en-weer speelde. Een half uurtje muziek, vier droge klikjes, en weer een half uurtje muziek. Onderwijl sliep het meisje waarbij ik man werd in mijn armen, en terwijl ik door de bewasemde ruiten naar de krijsende meeuwen in de ochtendgrauwe hemel staarde, werd de stad Gent onder ons wakker en kon ik de hele wereld aan.
Als ik nu sommige van die nummers hoor die ons toen begeleidden, dan heb ik Katrien weer vast en ruik ik de geur van heur haar en van haar studentenkamertje weer.
Toen het anderhalf jaar later uitging tussen ons en ik niet wist waar te kruipen van ellende, gaf Mylène me troost. Nou ja, troost, ze gaf me met haar teksten het gevoel mijn pijn te begrijpen, en ik vond in haar een ‘zielsverwante’. Het schrijnen dat ik in die tijden in mijn hart droeg, droeg zij in haar stem toen ze zong over afwijzing en eenzaamheid.
De jaren gingen voorbij, ongemerkt en veel te snel. Andere levens en lieven dienden zich aan en Mylène Farmer verdween een beetje naar de achtergrond.
Tot het me een tijdje geleden opviel: Désenchantée, een nummer uit 1991 notabene, wordt nu wel heel vaak op de radio gespeeld.
Mooi, Mylène is terug. Hulde aan deze dame
Powered by WordPress
