Wablief??
Frank de weerman wist me op TV net te vertellen dat hij rond woensdag temperaturen van 25 graden verwacht. Een mens zou zich gaan afvragen wat ze daar in de kantine van de VRT allemaal serveren.
25 graden. Allee komaan.
reacties (9)
Frank de weerman wist me op TV net te vertellen dat hij rond woensdag temperaturen van 25 graden verwacht. Een mens zou zich gaan afvragen wat ze daar in de kantine van de VRT allemaal serveren.
25 graden. Allee komaan.
Beetje een triestig idee:
Ik drijf dood
langs de oppervlakte van mijn ziel,
die zwarte en roerloze massa
waarin geen wolk zich nog wil kennen
Donker zijn de dagen
en stil het water dat me draagt.
Nog een lyrickse iemand?
Eén van de betere zelfs: ouwe niet kapot te krijgen symfonische rock die je kloten doet krimpen – of je lippen doet rimpelen – , beklijvend als koud zweet en zelfs in zijn tekst al de genialiteit zelve. Dit is een nummer waarvan iedereen het bestaan zou moeten weten – wervelende muziek en een kiekenvellerig verhaal. Het is gemaakt in 1977, dat jaar na die verschrikkelijk hete zomer. Dat jaar in de nasleep van toen alles om zeep was beginnen gaan.
Enfin soit: open je P2P en ga ff op zoek naar WORN DOWN PIANO van The Mark & Clark Band. Binnenhalen en koptelefoontje op, de volle negen minuten.
Hier alvast de lijntjes:
Each Tuesday morning, they’d all stand in line;
the auction would open promptly at nine.
The gavel came down on the auctioneer’s block
and the bidding began on a grandfather’s clock.
Next up for bids in the rear of the room,
a piano worn down and a bit out of tune.
“Who’ll start the bidding?”, the auctioneer cried.
No voices rang out, so just put it aside.
Shouts filled the room and the auction went on
when the cries of the crowd were stopped by a song.
Everyone turned to the rear of the room,
to that worn down piano, a bit out of tune.
Oh the days long ago when the crowds came around
to hear that piano ring out with sound,
but the crowds have all gone and the symphony’s through
and the piano cries out: “let me play once for you”.
A man with a torn coat and a hole in one shoe
sat playing the song that nobody knew.
The music rang out and that song filled the room
from that worn down piano, a bit out of tune.
Then from the crowd a man shouted a bid
“One thousand dollars for that piano I’ll give.”
“Two thousand”, “Three thousand”, and the bidding went on
as the man in the torn coat kept playing that song.
The bidding grew tense each bid more and more
‘till the five thousand figure rang out from the floor,
the man in the torn coat just sat there and stared
playing that song as if no-one were there.
Oh the days long ago when the crowds came around
to hear that piano ring out with sound,
but the crowds have all gone and the symphony’s through
and the piano cries out: “let me play once for you”.
The man in the torn coat played as if to say
“I too want you, piano but I’ve nothing to pay.
I’d give all I own if you could be mine,
but all I can bid is this bottle of wine.”
The sound of the gavel rang out through the air,
the auctioneer cried: “Top that bid if you dare.”
“Just give him the piano, maestro play on.”
but where has the man, in the torn coat gone?
It’s a quarter past five and the bidding is done,
everything’s sold and now leave one by one.
The auction is over and left in that room
is that worn down piano, still a bit out of tune.
Oh the days long ago when the crowds came around
to hear that piano ring out with sound,
but the crowds have all gone and the symphony’s through
and the piano cries out: “let me once play for you”.:
En nu ga ik me weer op een paaseitje leggen.
Terwijl er ergens mensen dood gaan ben ik vannacht op mijn buik in slaap gevallen bovenop een kleine in paars zilverpapier ingepakt paaseitje.
Toen ik wakker werd was heel mijn borst besmeurd met witte chocolade en plakte heel mijn onderlaken. Ik dacht: dàt is pas iets om over te bloggen!
Beste vrienden: Louis Neefs:
Laat ons een bloem
Dit is een lied voor de mensen die zorgen,
Dat morgen de mensen al dood zullen zijn.
Dit is een lied voor de doden van morgen,
Begraven, gekist in een stenen woestijn.
Refrein:
Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is,
Laat ons een boom en het zicht op de zee.
Vergeet voor één keer hoeveel geld een miljoen is.
De wereld die moet nog een eeuwigheid mee.
Je breekt en je hakt en je boort door de bergen,
Je maakt elke heuvel gelijk met de grond.
De reuzen van nu lijken morgen maar dwergen.
Vooruitgang vernielt wat er gisteren nog stond.
De vis in de zeeën vergiftigd, gestorven.
Het zand op de stranden vervuild door mazout.
En jij door je kankers en cheque – boek bedorven,
Je weet zelfs niet meer waar de meeuw heeft gebroed.
En zo zal dan morgen het leven verdwijnen,
Verslagen door staal en gewapend beton.
De maan zal dan koud op je nachtmerrie schijnen.
Geen mens die weet hoe het einde begon.
Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is
Laat ons een boom en het zicht op de zee
Vergeet voor één keer hoeveel geld een miljoen is
De wereld die moet nog een eeuwigheid mee
De wereld die moet nog een eeuwigheid mee
Een eeuwigheid mee
Een eeuwigheid mee
Een eeuwigheid mee
Een eeuwigheid mee
Een eeuwigheid mee
Een eeuwigheid mee
Een eeuwigheid mee
De Yankees zeggen: ‘What comes around goes around’, en een ouwe tante die ik ken placht wel eens te beweren: ‘Wie wind zaait zal storm oogsten’. Ik denk dat er ergens in een engelstalige bijbel staat (of komt het uit een film): ‘Who lives by the sword, dies by the sword’, en ook valt er in diezelfde bijbel, maar dan in het nederlands en iets in dien aard van en op een andere plek, de regel ‘behandel uw naaste op de manier waarop ge zelf behandelt wilt worden’ te lezen. En ik geloof dat er in de Kabbalah ergens geschreven staat: ‘Zo boven zo beneden’.
En dan ziet ge zo ne keer rond, en ge kunt uw eigen amper voorstellen hoe slecht zoveel mensen eigenlijk wel bezig zijn. Slecht omdat ze zo vol zijn van zichzelf en geen tijd meer hebben om even stil te staan bij de wereld rond hen. Ik zeg het: ge ziet van ver aankomen dat ze gaan krijgen waar ze om vragen maar dat ze er totaal geen benul van hebben. En dan zie je ze daar op den duur rondkruipen en jammeren in de modder, berooid en verstoken van vriendschap en vertrouwen om zich heen graaien, blind en verbijsterd door hun huidige, veel vluchtigere lot en zich jeukend en krabbend in de plenzende regen afvragen waar ze dat alles aan verdiend hebben. waarom hebt u mij in de steek gelaten? Er wordt smalend op hen neergekeken en over hen heen getreden. Er wordt met hen geen rekening meer gehouden en hun macht, aah die zoete macht die hen slechts zover heeft gebracht dan waar ze nu staan, is allang als schuldig en ranzig bloed in de riolen weggesijpelt.
En iedereen zag het aankomen, behalve zijzelf.
Powered by WordPress
