4 April, 2003
Te vinden onder: Uncategorized — @ 3:37
Daarnet zat ik met een vrouw aan de toog. Zij sprak vooral en het gesprek ging over hoezeer mannen in haar ogen losers waren geworden. Hoe ze geen ruggegraat meer hadden en geen lef en geen grenzen en hoe gemakkelijk ze bereid waren om zichzelve weg te cijferen om de lieve vrede te bewaren. En volgens haar was dat allemaal de schuld van die trutten van de feministische beweging. De schuld van die diehard-dykes, die preuten met pretenties, die trutten met troeven en ook van die vorte vrouwenboekskes met artikels in als ‘hoe kan ik hem controleren’ of ‘als hij je schat noemt is hij je naam vergeten’ en ‘lengte is wel degelijk belangrijk’.
Ze bestelde voor zichzelf weer een whisky en voor mij een bolleke.
‘Ik wil een vent die er voor me is maar niet altijd, één die tegelijk zo teder en zo ongrijpbaar veraf is dat hij een mysterie wordt. Ik wil iemand die met andere vrouwen flirt zodat hij thuis kan ondervinden wat hij al heeft. Ik wil dat hij met maten op café gaat zodat hij me kan vertellen over zijn biljartscore, ik wil dat hij klungelt met de afwas zodat ik hem een schatje kan vinden, ik wil dat hij sex met me heeft als een normale man en niet als de machine die hij meent te moeten zijn. En ik wil vooral dat hij bij mij kan zijn wie hij is zodat ik nog meer van hem kan houden dan waar hij al recht op heeft. Maar ik vind geen enkele vent die zo kan zijn. Allemaal zijn ze wanneer het er op aankomt zo onzeker en willen ze niks fout doen en zijn ze zo ongelooflijk voorspelbaar. Het zijn watjes, ruggegraatlozen en losers. En da’s allemaal de schuld van die fucking feministische beweging die de vrouw eens uit de ketenen ging bevrijden. En zie waar we nu aan toe zijn. Geen enkele echte vent meer te vinden. De sukkels weten gewoon niet meer waar aan en waar af.’
Ze zuchtte en draaide haar glas rond tussen haar vingers.
‘Als ik maar eens een kérel kon vinden…’ mompelde ze.
Ik schraapte mijn keel en wou haar als de onafhankelijke klootzak die ik ben een onheus voorstel doen toen de deur van de kroeg openzwaaide en er een kerel met een snor en enorme bierbuik brulde: ‘Taxi!!’.
‘Die is voor mij.’ Ze schoot recht, greep haar jas, tas en sigaretten en verdween naar de deur.
Op haar niet-leeggedronken glas zag ik de afdruk van haar lippen. In geen twee tellen had ik haar glas uit.
Ze had me niet eens goeienacht gewenst.
reacties (7)
2 April, 2003
Te vinden onder: Uncategorized — @ 3:44
Sex is al wat ons rond de oren slaat. Sex is slim, sex helpt je vooruit, sex is goed voor je conditie, sex doet je langer leven, sex sex sex!
Onzin.
Wat telt is het liefhebben.
Eerst liefhebben, en dan pas is de sex bangelijk. Eenders op welke manier. Kreupel of scheef, op de Eifeltoren of in een rolstoel.
Zonder liefhebben is sex een kauwgommetje dat je uit een automaat haalt. Je bent even verrast over het kleurtje dat er uitrolt, maar de smaak is altijd dezelfde.
reacties (15)
1 April, 2003
Te vinden onder: Uncategorized — @ 17:55
In verband met één of andere ex-baas die failliet is gegaan maar dat niet al te proper heeft gedaan, werd ondertekende opgeroepen ter verhoor bij de federale. Veel kon ik die gasten niet vertellen, maar wat ik jullie wel kan vertellen dat het op tv allemaal maar show is. In het echt gebruiken die flikken maar twee vingers om te typen.
reacties (4)
Te vinden onder: Uncategorized — @ 4:50
 U kunt niet ontsnappen
|
reageer als eerste op deze post (0)
31 March, 2003
Te vinden onder: Uncategorized — @ 20:34
Ik durf er voor wedden dat sommigen van mijn bezoekertjes niet eens geboren waren toen dit spel uitkwam (1977-1980)

reacties (7)
30 March, 2003
Te vinden onder: Uncategorized — @ 18:37
 Langs de kaaien
|
reageer als eerste op deze post (0)
Te vinden onder: Uncategorized — @ 6:12
Tot mij kwam Mars, hij die heerst over oorlogen, zette zijn Romeins helmpje recht en zei: ‘Polski, ik heb je nodig.’
Ik was net mijn joint aan het dichtlikken en bevroor die ogenblik in die moment. Ik knipperde even met mijn ogen en ging daarna schijnbaar onverstoord weer verder met de afwerking van mijn genotssigaret. Vanbinnen was ik razend zenuwachtig. Ik bedoel, je hebt niet elke dag een godheid aan je deur. Vanbuiten was ik nochtans de kalmte zelve, en beheerst tikte ik m’n joint aan op mijn duimnagel. Mars zweeg en wachtte tot ik een vlam in de kachelbuis had gejaagd om daarna zijn keel te schrapen. Ik tuurde mysterieus doorheen de wolk rook die ik uitblies over Mars’ rechterschouder alvorens mijn blik in de zijne te haken.
‘Wat wil je, Mars?’
‘Luister, Polski’, antwoorde hij, ‘de oorlog is mijn specialiteit, maar de heer Dood en ik moeten in het vervolg van de magic mushrooms afblijven vooraleer we nog eens een projectje op poten zetten. Mijn laatste krijgsarrangement begint een beetje psychedelische vormen aan te nemen en er is niemand meer die er iets aan kan helpen behalve jij. Deze laatste ontketening van surrealistische gebeurtenissen is een rechtstreeks gevolg van onze indertijd benevelde geest en is ondertussen een eigen en even beneveld bestaan gaan leiden. Het loopt uit de hand en zelfs ik, die aanbeden wordt met vers bloed en dampende ingewanden, heb op de gebeurtenissen geen vat meer en kan aan deze slechte trip geen einde maken. En de heer Dood al helemaal niet gezien aangezien die sukkelaar zich door onze stommiteit nu van zoveel werk verzekerd ziet dat hij er al twee maagzweren aan overgehouden heeft en nog steeds klopt hij meer overuren dan Onze Baas kan goedkeuren.’
Ik trok aan mijn kachelpijp, inhaleerde de kruidige rook en kneep mijn ogen tot spleetjes.
‘En wat kan ik als nietsvoorstellende betweterige werkloze nachtbraker dan wel betekenen in deze inderdaad naar krankzinnig surrealisme neigende oorlog? Ik bedoel, dit is jouw en meneer Doods slechte trip. En psychedelisch kun je het inderdaad wel noemen allemaal. Dit is een van de meest nutteloze oorlogen die er ooit gevoerd werden en dan nog door een Natie die voor al die idealen staat die ze nu zelf met bloed besmeurt. Wat voor paddestoelen waren dat eigenlijk waar jullie van gesmuld hebben?’
‘Jupiteriaanse’, kreunde Mars, ‘en dan nog op onze nuchtere maag’. Ik trok een wenkbrauw op en floot zachtjes terwijl ik hem de joint aanreikte. Mars hield zijn handen werend voor zich uit en zei: ‘merciekes Polski, maar ik moet subiet nog voor de grote Baas verschijnen en dan kan ik beter nuchter zijn.’ Ik knikte en lurkte zenuwachtig van mijn verheven sigaret. Nog even en dan zou ik een missie krijgen van één van sinds ‘s mensens heugenis langst bestaande godheden. Een job die hem uit de shit moet helpen. Ik dacht al aan de filmrechten.
‘Nu wat jou hulp betreft’, aarzelde Mars. Ik legde de joint in de asbak en keek hem aan. Mars hief één van zijn glanzende gepantserde borstplaten op en haalde vanuit een rafelig gat in zijn lijf een groezelig opgevouwen papier tevoorschijn dat hij me toestak. ‘Hierop staan je instructies’, zei hij. ‘Hierop staat jouw aandeel in de redding van de mensheid.’ Hij zweeg en keek naar de grond.
Traag vouwde ik het stukje papier open, en daar stonden in krullende pennestreken een aantal lijnen neergeschreven en helemaal onderaan stond iets wat op een plattegrondje leek. Mars zette nogmaals zijn helmpje recht en keek me nu streng aan. ‘Polski, je weet nu wat je te doen staat. Vergeet have en goed, want de mensheid heeft jou nodig.’ Hij stond recht en sjorde aan zijn wapengordel zodat hij niet zou struikelen over zijn korte zwaardje. Hij ging de deur uit en ik zag hem nooit weer.
Nu wat de redding van de mensheid betreft en mijn aandeel erin: ik denk dat jullie moeten berusten in het ergste. Want hoe waanzinnig en irreëel deze oorlog ook is, mijn onnozele en naïeve zwarte kater heeft het heel onschuldig gepresteerd om met zijn ronkende zware lijf een halve fles slechte rode wijn omver te stoten, en ondanks mijn haastig toeschieten en mijn geduldig doch dringend deppen met een keukenhanddoek heb ik niet kunnen verhinderen dat de inktlijnen op het groezelige stukje papier zich tot paarse vlekken hebben ontwikkeld die, alhoewel ze bijzonder psychedelisch van vorm zijn, nu helaas niets van enige mensheidreddende waarde meer voorstellen. Ik ben bang dat ik Mars ferm in de kou heb laten staan, om over ons maar te zwijgen.
Ik heb er wel spijt van. Ook van die film die er nu niet gaat komen.
reacties (2)